Soldaat
Naast me zit een oude soldaat. Ik schat hem op 71. Moet wel een veteraan zijn denk ik in mezelf. Het hebben van een hallucinatie is geen halszaak. Het gegeven dat ik mijn toenmalige vriendin hier benoem als een heks is niet iets waar je trots op moet zijn.
Ik kan niet ontkennen dat ik verwacht dat de heks weer mijn vriendin zal worden en dat haar moeder geen asbak naar mijn hoofd zal gooien, zoals toen werd ontdekt dat ik haar dochter bedroog.
Schuimbekkend stormde ze van de trap af en rolde theatraal over de harde vloerbedekking. Een zwarte bladzijde voor haar, niet voor mij. Ik ben er niet trots op.

Krasjes
Heel even kijkt ze in mijn ogen.
Ik kijk naar haar tekeningen, krasjes op papier.

Sottenwoord
Aan de bar zit mijn vader.
Ik neem plaats op de barkruk naast hem.
Hij zegt niets maar wijst met zijn vinger naar zijn mond.
Zijn opengevallen jas toont mij zijn geraamte.
‘Wilt u wat drinken?’ vraag ik.
‘Wat denk je zelf?’ antwoordt mijn vader.
Gezien de staat van zijn lijf vermoed ik dat de drank zijn weg niet zal vinden.

Het hekje van de achtertuin is ook al weg, vertwijfeld loop ik verder.
‘Hee, waar gaat dat heen?’ vraagt een al wat oudere vrouw.
‘Waar is mama?’ vraag ik.
doe mij maar nog één
kruimels: reacties van lezers